AA
Open brief over de toestand in Tsjetsjenië n.a.v. de EU-Ruslandtop

Aan José-Marie Aznar, Waarnemend EU-voorzitter
Aan Romano Prodi, Voorzitter van de Europese Commissie
Aan Javier Solana, Hoge Vertegenwoordiger van de Raad
Aan Chris Patten, EU-Commissaris voor Externe Betrekkingen

Kopie aan:
- de Franse president en de 13 eerste ministers
- de ministers van Buitenlandse Zaken van de 15 EU-lidstaten

Geachte,

Ik schrijf u in het vooruitzicht van de EU-Ruslandtop op 29 mei in Moskou. Als voorzitter van de Parlementaire Samenwerkingscommissie EU-Rusland geniet deze ontmoeting mijn volle aandacht. Een goede relatie tussen de Unie en Rusland, in het bijzonder inzake thema's die betrekking hebben op mensenrechten en het naleven van de wet, ligt me nauw aan het hart. Daarom hoop ik dat de EU-leiders deze gelegenheid zullen aangrijpen om openlijk met president Vladimir Putin te praten over de problemen die de toepassing van de mensenrechten, met name in Tsjetsjenië, nog steeds in de weg staan.

Daar deze top zich zal focussen op een verhoogde Europees-Russische samenwerking inzake veiligheid en defensie en met betrekking tot de strijd tegen het terrorisme, zouden de Tsjetsjeense en Russische burgers kunnen veronderstellen dat niemand zich nog interesseert in het gewapende conflict in Tsjetsjenië. De EU is moreel verplicht duidelijkheid te scheppen: in Tsjetsjenië, deel van Europa, worden in een vuile oorlog mensen gedood.

De EP-resolutie van de plenaire vergadering van april jl. stelde dat diverse recente rapporten en verklaringen met betrekking tot Tsjetsjenië de schending van de mensenrechten in deze regio beschrijven. Het gaat dan om rapporten van verschillende NGO's, de VN-Commissie voor de Rechten van de Mens, de Raad van Europa, het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de VSA en het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Russische Federatie. Een andere EP-resolutie, aangenomen tijdens de meizitting van het Parlement in Straatsburg, spreekt ook al over de situatie in Tsjetsjenië.

Beide resoluties, goedgekeurd door een meerderheid van de Europese Parlementsleden, die de burgers van de Europese Unie vertegenwoordigen, eisen een onmiddellijke politieke oplossing voor het conflict in Tsjetsjenië en staan erop dat alle verdachten van schendingen van de mensenrechten aan beide zijden van het conflict zonder uitstel voor de rechter moeten worden gebracht. De resolutie over de EU-Ruslandtop van 29 mei 2002 dringt er bij "Raad en de Commissie op aan de kwestie Tsjetsjenië als afzonderlijk punt hoog op de agenda te handhaven en de Russische autoriteiten nogmaals op te roepen de onderhandelingen met alle partijen te hervatten, met inbegrip van de vertegenwoordigers van de regering Maskhadov, en daarbij duidelijk aan te geven dat de EU bereid is als bemiddelaar op te treden."

Ofschoon de aangenomen tekst alle betrokken partijen oproept tot een onmiddellijk staakt-het-vuren om "tot een politieke oplossing van het conflict te komen" en spreekt over de vervolging van alle personen die de mensenrechten schenden "zowel leden van de Russische Federale troepen als Tsjetsjeense terroristen" definieert het Russische Ministerie van Buitenlandse Zaken de EP-resolutie van april jl. koudweg als een "eenzijdige en selectieve oefening".
Eerder wist datzelfde Ministerie al de goedkeuring van een resolutie van de VN-Commissie van de Mensenrechten te verijdelen. Het communiceerde daarover dat het de verwerping van dit 'tendentieus concept' als 'volkomen logisch' beschouwt. Het Russische standpunt van Buitenlandse Zaken liet tegelijk verstaan dat in de regio een politiek proces gaande is dat de grondwettelijke orde en een vredevol leven in Tsjetsjenië opnieuw mogelijk maakt.

Een brief van 23 mei jl. van Human Rights Watch leert me, eens te meer, iets heel anders. Vrij vertaald luidt het als volgt: "Russische troepen gaan door met het aanhouden van honderden mensen - zonder beschuldiging - en met schoonmaakoperaties in gemeenschappen die ervan verdacht worden onderdak te verschaffen aan rebellen. Velen van hen zijn in de vroege ochtend gegrepen tijdens raids op particuliere woningen. De meesten onder hen zijn daarop vrijgelaten, maar tientallen zijn zonder verklaarbare reden - 'verdwenen' - nooit meer door hun familie gezien. In veel gevallen zijn de aangehoudenen gemarteld, op een andere wijze mishandeld of gewoon geëxecuteerd. Meer dan eens ontkennen de overheden dat zij personen die opgepakt zijn bij zo'n operaties gevangen houden. Human Rights Watch verzamelde recent ook informatie over een aantal gevallen van sexueel geweld door Russische soldaten op vrouwen die werden opgepakt tijdens deze schoonmaakoperaties."

In plaats van een politieke oplossing na te streven heeft het er alle schijn van dat de Russische autoriteiten nog steeds doorgaan met wat zij omschrijven als 'antiterroristische acties binnen het kader van de internationale strijd tegen het terrorisme'.

In zijn resolutie van april jl. erkent het Europees parlement het feit dat Rusland een aantal constructieve maatregelen in Tsjetsjenië heeft genomen om schendingen van mensenrechten te onderzoeken. Tegelijk betreurt het de vaststelling dat "er een enorme kloof blijft bestaan tussen het aantal gemelde gevallen van mensenrechtenschendingen en het aantal rechtszaken hierover en tegen personen die schuldig zijn bevonden aan misdrijven". Daarenboven bestaat er eenzelfde onaanvaardbare kloof "tussen het aantal zaken dat wordt begonnen en het aantal zaken dat werkelijk de rechtszaal bereikt".

Ik vraag met aandrang dat u tijdens deze top niet alleen praat over economische onderwerpen, maar ook tijd vrijmaakt om druk uit te oefenen voor het opstarten van vredesgesprekken met het oog op een politieke oplossing van dit conflict. In tweede orde kan u het met uw gesprekspartners hebben over de oprichting van een gezamenlijke werkgroep over Tsjetsjenië teneinde toezicht te houden op de situatie ter plaatse en een onderzoek in te stellen naar de gemelde schendingen van de mensenrechten en het Europees Parlement hierover verslag uit te brengen. Misschien kan u hen ook vragen om vrije toegang te verlenen tot het gebied aan internationale media, humanitaire helpers en neutrale waarnemers.

De EU is de belangrijkste donor van economische en technische bijstand aan Rusland. Sinds 1991 werd 2,5 miljard euro aan technische bijstand verstrekt via het TACIS-programma. Tijdens de jongste jaren waren de EU-subsidies hoofdzakelijk gericht op humanitaire hulp voor slachtoffers van het gewapend conflict in de Kaukasus, in het bijzonder aan deze in Tsjetsjenië. Sinds het begin, in oktober 1999, van de tweede oorlog tussen Rusland en Tsjetsjenië, ging zowat € 65 miljoen steun naar de Noordelijke Kaukasus. Het meeste geld werd gebruikt voor voedselsteun, huisvesting, medicijnen en de voorziening van water. Niet alleen vluchtelingen, maar ook Tsjetsjenen die nog steeds in hun land leven, ontvingen deze steun.

De situatie in het Midden-Oosten en de Balkan leert ons dat conflictpreventie het alfa en het omega is van een succesvolle vredespolitiek. Het verbinden van voorwaarden aan het verkrijgen van financiële steun zou een gedeelte van de politiek inzake conflictpreventie kunnen zijn. Mogelijk is het goed uw Russische gastheer te herinneren aan deze enorme financiële steun. Het minste dat wij, burgers van de Europese Unie, daarvoor in ruil mogen verwachten is de Russische naleving van de internationale wetgeving op de mensenrechten.

Op 15 april jl. bezocht ik het Sakharov-museum in Moskou. Het is genoemd naar de meest gekende dissident in de moderne geschiedenis van Rusland. Het museum bevat niet enkel herinneringen aan het leven van Sakharov, maar bewaart ook een gegevensbank van vermiste personen tijdens de regimes van Stalin, Chroestsjov en Breznjev. Een deel van de expositie is gewijd aan de oorlog in Tsjetsjenië en de opbouw van een civiele samenleving in héél Rusland.

Jaarlijks reikt het Europees Parlement een Sakharov-prijs uit aan een persoon of organisatie die zich in het bijzonder inzet voor de toepassing van de mensenrechten. Als u gebruik maakt van het mandaat dat het Europees Parlement u in twee recente resoluties over Tsjetjsenië gaf, ben ik de eerste om uw nominatie voor deze prijs te steunen.

Met mijn meest oprechte groet,

Bart Staes
Lid van het Europees Parlement voor Spirit
Voorzitter van de Parlementaire Samenwerkingscommissie EU-Rusland.

GroenDe enige partij die sociaal én milieuvriendelijk is.

www.groen.be

De Groenen/EVAGroenen en Europese Vrije Alliantie in het Europees Parlement.

www.greens-efa.eu

Samen ijveren voor een beter Europa en klimaat?