Persberichten

Vijf redenen waarom Groen tegen CETA is en blijft

Groen is en blijft samen met zusterpartij Ecolo tegen CETA: het handelsakkoord tussen de Europese Unie en Canada. Het verdrag is nu definitief en de EU en Canada staan op het punt het te ondertekenen. Groen en Ecolo stuurden vandaag een open brief aan de federale regering waarin ze aangeven waarom dit Verdrag niet moet ondertekend worden.

Op 18 oktober vergaderen de Europese ministers van Handel hierover. Op de EU-Canada top van 27 en 28 oktober zou de CETA-tekst dan officieel ondertekend worden. Daarna volgt de ratificatieprocedure eerst door het Europees Parlement en daarna door de nationale parlementen. Na een eventuele ratificatie door het EP treedt het Verdrag wel al ‘voorlopig in werking’.

In deze briefing sommen we zo kort mogelijk de vijf belangrijkste redenen op waarom groenen in de verschillende parlementen tegen CETA zullen stemmen.

 

1. CETA beperkt de ruimte om beleid te maken in het algemeen belang

In tegenstelling tot traditionele handelsakkoorden die alleen douanetarieven verlagen of afschaffen, bevat CETA bepalingen die ingrijpen op de volledige economie. Dat omvat veiligheidstesten van producten, standaarden voor voedselveiligheid, bescherming van investeringen, transport, mededinging, intellectueel eigendom, databescherming en nog veel meer. Op al deze terreinen komen er verplichtingen voor overheden en staat het bevorderen van handel op de eerste plaats. Als Noord-Amerikaanse producenten toegelaten worden te produceren met minder strenge vereisten dan de Europeanen, kunnen ze dat goedkoper doen en hebben ze dus eenconcurrentieel voordeel.    

De politieke beleidsruimte om het algemeen belang of de bescherming van consumenten, milieu en werknemers te bevorderen wordt daarmee kleiner. Daarbovenop is CETA het eerste EU-handelsakkoord waarbij alleen diensten die specifiek uitgezonderd zijn niet onder de verplichtingen van het handelsakkoord vallen. De garanties om publieke diensten of diensten die deels publiek gefinancierd worden - zoals bijvoorbeeld watervoorziening - tegen liberaliseringsverplichtingen te beschermen, zijn niet waterdicht.

Er staan in de CETA-tekst weliswaar hoofdstukken over het bevorderen van duurzaamheid en over werknemersrechten, maar de bepalingen daarin zijn hoogstens niet-bindende aanmoedigingen. Groen en Ecolo willen globalisering graag beter reguleren en de negatieve effecten daarvan verzachten met flankerend beleid. Helaas doet CETA net het tegenovergestelde: het beperkt vooral Europese overheden in plaats van restricties op te leggen aan het soms onverantwoorde gedrag van multinationals.

 

2. CETA geeft het bedrijfsleven nog meer macht

Door te streven naar zoveel mogelijk overeenstemming tussen Canadese en Europese regels bestaat het risico dat belangrijke maatschappelijke en democratische debatten en overwegingen over (toekomstige) wetgeving in het algemeen belang zich verplaatsen van democratisch gelegitimeerde parlementen naar besloten werkgroepen.

In de CETA-tekst staat dat er een ‘Regulatory Co-operation Forum’ komt dat wetgevende initiatieven beoordeelt nog voordat er in parlementen over gedebatteerd wordt. Daardoor komt er teveel nadruk op het wegnemen van barrières voor de handel en te weinig op het bevorderen van het algemeen belang. CETA kan zo als een filter of rem werken op wetgevende initiatieven om bijvoorbeeld het milieu of consumenten te beschermen. Het geeft een extra en bevoorrechte ingang voor het internationale bedrijfsleven om hun belangen via zogenaamd technische discussies te behartigen. Een te sterke lobby van het bedrijfsleven is nu al een probleem. Dieselgate is er een voorbeeld van. Vrijhandelsdeals als CETA maken dit alleen maar erger.

 

3. CETA leidt tot afschrikwekkende claims van buitenlandse investeerders

CETA bevat de mogelijkheid voor buitenlandse investeerders (ook de VS-multinationals met dochterbedrijven in Canada) om semi-juridische schadeclaims in te dienen als ze vinden dat regels of besluiten door overheden hen onterecht benadelen. Deze claims worden behandeld in aparte rechtbanken waartoe binnenlandse bedrijven of burgers geen toegang hebben. Deze arbitrage heet ‘Investor to State Dispute Settlement’ (ISDS). Er is een reëel gevaar dat overheden zichzelf gaan inperken bij het uitvaardigen van wetten en besluiten om grote schadeclaims van bedrijven te voorkomen. Daar hebben we in het kader van de TTIP-onderhandelingen op EU-niveau al voorbeelden van gezien. Deze ‘regelgevende zelfcensuur’ zet opnieuw een rem op beleid in functie van het algemeen belang. In het verleden heeft de stad Hamburg bijvoorbeeld een schadeclaim ontvangen van het energiebedrijf Vattenvall, dat haar plan om een kolencentrale te bouwen bedreigd zag door aangescherpte milieuregels.

Eurocommissaris Cecilia Malmström benadrukt steeds dat de transparantie en procedures van ISDS in CETA verbeterd zijn door het hervormde ‘Investment Court System’ of ICS. Er zijn inderdaad belangrijke verbeteringen aangebracht ten opzichte van de bestaande schimmige arbitragehoven inzake transparantie en benoeming van de ‘arbiters’. Toch blijven de fundamentele bezwaren tegen dit semi-juridische systeem overeind. Er is nooit aangetoond waarom we deze extra bescherming van buitenlandse investeerders nodig hebben in goed functionerende rechtsstaten als Canada en de EU-landen. Waarom zouden we buitenlandse investeerders privileges geven die nationale investeerders niet hebben, zonder de buitenlandse investeerders te verplichten verantwoord te ondernemen?

 

4. De onzekere en beperkte economische voordelen wegen niet op tegen de risico’s

De Europese Commissie, de Vlaamse en de federale regering beweren dat CETA goed is voor de economie, goed voor de handel en goed voor werkgelegenheid. Volgens officiële impactstudies van de Commissie zal de Europese economie tussen de 0,02 en 0,08 procent extra groeien als gevolg van CETA. Groen vindt het onverantwoord om voor deze hypothetische en beperkte extra economische groei grote risico’s te nemen met onze democratie, rechtsstaat en onze bescherming van milieu, consumenten en werknemers. De handel tussen de EU en Canada bedraagt nu al 63,5 miljard euro in goederen en 27,2 miljard in diensten per jaar en kan ook zonder dit controversiële verdrag worden bevorderd.

Met uitzondering van UCM, de Waalse belangenorganisatie voor kmo’s, die het aantal Belgische bedrijven dat baat heeft bij trans-Atlantische vrijhandelsdeals op minder dan 1 procent schat, lanceerden de overige werkgeversorganisaties een campagne ten voordele van de vrijhandel met de Noord-Amerikanen. Nochtans toont een recente studie, gebaseerd op een VN-model dat realistischer is dan dat van de protagonisten van CETA, aan dat CETA 200.000 jobs in Europa kan doen verdwijnen. Daarbovenop komt er nog verder jobverlies: 30.000 in Canada en 50.000 in andere delen van de wereld. De voorspelde groei is volgens deze studie zeer beperkt. Terwijl het gat in de overheidsfinanciën de stabiliteit van de regering vandaag al ondermijnt, zal CETA er volgens de studie toe bijdragen dat de fiscale inkomsten teruglopen. Dat belooft weinig goeds voor een volgende begrotingscontrole. (Pierre Kohler en Servaas Storm, CETA without Blinders, University of Tufts (USA), September 2016)

 

5. De zorgen over CETA worden niet serieus genomen

Het maatschappelijke debat over handelsakkoorden zoals TTIP, TiSA en CETA leidde ertoe dat de Europese Commissie en verschillende Europese regeringen zich genoodzaakt zagen om op de kritiek te reageren. Naast de aanpassing van het omstreden ISDS wordt er momenteel nog steeds gewerkt aan een zogenaamde 'interpretatieve verklaring' bij het CETA-akkoord. Helaas verandert deze nota niets aan de aard van de CETA-tekst.

Een juridische studie beschrijft helder de beperkte juridische waarde van de interpretatieve nota: “verklaringen verhelderen slechts de positie van de verdragspartij en dienen niet om de juridische toepassing te veranderen”. De “verklarende nota” blijft dus niet overeind na juridische analyse, die stelt dat de nota niet van aard is de “wettelijke gevolgen van CETA-bepalingen te verhinderen of te wijzigen”.

Er bestaan slechts twee opties om de negatieve gevolgen van CETA te beperken. Ofwel heronderhandelen en amenderen Canada en de EU eerst de verdragstekst op specifieke punten, zoals gebeurde met de oorspronkelijke clausule over ISDS.

Ofwel opteren de regeringen en Canada voor een kat-in-een-zak-optie: eerst ratificeert men het verdrag (!) en moeten we dan wachten totdat het zogenaamde ‘gezamenlijke CETA-comité’ dat na ratificatie het licht zou zien, voorgezeten door het Canadese ministerie van Handel en DG Handel van de Europese Commissie -  wijzigingen voorstelt conform artikel 26.1 ‘betreffende wijzigingen aan het verdrag of het geven van interpretaties’.

Slechts één op drie Europeanen heeft nog vertrouwen in de wijze waarop de Europese Unie (Eurobarometer, lente 2016) functioneert. Dit tweede scenario is dus politiek gezien nog het minst aanvaardbaar. Bovendien stelt een recente uitspraak van het Duits Grondwettelijk Hof dat de Duitse Regering CETA slechts kan ondertekenen, als er democratische controle komt op dit nieuwe ‘gezamenlijke CETA-comité’.

 

Groen wil het mandaat van de EU, voor het sluiten van handelsakkoorden zoals CETA, echt fundamenteel aanpassen, zodat eerlijke handel en de bescherming van mens en milieu centraal komen te staan. Door een verklaring toe te voegen aan een slecht verdrag wordt niet serieus rekening gehouden met de zorgen van miljoenen Europeanen.

De centrale vraag is en blijft: 'Moeten Europese landen zoveel verworvenheden op het spel zetten voor hypothetische voordelen die gebaseerd zijn op zeer wankele aannames en gebrekkige economische voorspellingen?'

GroenDe enige partij die sociaal én milieuvriendelijk is.

www.groen.be

De Groenen/EVAGroenen en Europese Vrije Alliantie in het Europees Parlement.

www.greens-efa.eu

Sympathisant, ijveraar, pertinente vraag of melding...?