Persberichten

Europees Parlement pleit voor vergroening pesticidenbeleid en meer biologische pesticiden


Resolutie Bart Staes e.a. ligt ter stemming voor in Straatsburg

Maandagavond krijgt de Europese Commissie een mondelinge vraag over biologische pesticiden met laag risico. Bart Staes, Europees Parlementslid voor Groen ligt aan de basis van een resolutie hierover en zegt: "Er is nood aan het integraal bevorderen van duurzame teelten."

Het gebruik van conventionele pesticiden is in toenemende mate omstreden wegens de risico's voor de menselijke gezondheid en het milieu. Daarom is er nood aan een onmiddellijk verbod op het gebruik van de meest schadelijke pesticiden. Andere schadelijke bestrijdingsmiddelen waarvoor alternatieven beschikbaar zijn of kunnen worden ontwikkeld, moeten worden uit gefaseerd.

Daarbovenop is er nood aan een transitie richting een vergroening van pesticiden. Hierbij hoort het uitbreiden van het gebruik van meer biologische en natuurvriendelijke gewasbeschermingsmiddelen. Dat is het onderwerp van een debat en een stemming in het Europees Parlement op 13 en 15 februari 2017.

Op maandag 13 februari ondervraagt Groen-Europarlementslid Bart Staes met zeven andere EP-leden uit alle politieke fracties de Europese Commissie over de stappen die noodzakelijk zijn voor de bevordering van de ontwikkeling en het gebruik van biologische pesticiden met een laag risico.

De parlementaire commissie Milieubeheer, Volksgezondheid en Voedselveiligheid legt de plenaire vergadering woensdag 15 februari een resolutie voor met een concreet actieplan. Deze resolutie wordt gesteund door alle fracties en zal dus ongewijzigd door het EP aangenomen worden. 

Het Europees Parlement wil dat:

  1. Er meer pesticiden van biologische oorsprong in de Unie beschikbaar komen. Er is nood aan meer research en innovatie. Het EP beschouwt deze gewasbeschermingsmiddelen als een bruikbaar alternatief voor conventionele gewasbeschermingsmiddelen. Ze kunnen een bijdrage leveren aan een duurzamere landbouw.
  2. op korte tijd de volgende hordes genomen worden:  
  • de snelle goedkeuring van de criteria voor de goedkeuring van risicoarme werkzame stoffen, 
  • de Commissie en de lidstaten moeten de beoordeling, toelating en registratie van risicoarme gewasbeschermingsmiddelen versnellen

3. Lidstaten moeten het gebruik van biologische pesticiden met een laag risico opnemen in hun nationale actieplannen inzake de bescherming van het milieu en de volksgezondheid. Wat België betreft loopt op dit ogenblik de openbare raadpleging voor het Nationaal Actieplan 2018-2022 voor de reductie van pesticiden

Een uitstekende gelegenheid om de problematiek ten gunste van pesticiden van biologische oorsprong aan te kaarten.

  1.      de evaluatie van de pesticidenverordening in het kader van het REFIT-programma niet leidt tot een verlaging van de voedselveiligheids- en milieubeschermingsnormen,
  2.      de Europese Commissie voor eind 2018 een specifiek wetsvoorstel indient dat los van het REFIT-initiatief de invoering van een versnelde procedure voor de beoordeling, toelating en registratie van biologische pesticiden met een laag risico mogelijk maakt. Het huidige toelatingsproces om gewasbeschermingsmiddelen op de markt te brengen is immers minder gunstig voor biologische pesticiden met een laag risico.

Achtergrond
Het gebruik van conventionele gewasbeschermingsmiddelen is in toenemende mate omstreden wegens de risico's voor de menselijke gezondheid en het milieu. Dat werd onlangs nog geïllustreerd door een in 2016 gepubliceerd onderzoek dat CLM Onderzoek en Advies, een onafhankelijk Nederlands kennis- en adviesbureau op het gebied van landbouw, voedsel, natuur en milieu, in opdracht van de Stichting Natuur en Milieu uitvoerde.

CLM Onderzoek en Advies bestudeerde de 238 bestrijdingsmiddelen die in 2015 zijn toegelaten in Nederland. Het bestudeerde de risico’s van het gebruik van deze bestrijdingsmiddelen op de drinkwatervoorziening (grond-en oppervlaktewater), het oppervlaktewater (ecologie), het bodemleven(ecologie/bodemgezondheid) en voor nuttige organismen (natuurlijke vijanden van plaagorganismen, en bijen en hommels). Hiervoor werd een kleurenindeling gemaakt. Rood staat voor zeer verhoogd risico, oranje voor verhoogd risico, groen voor gemiddeld of laag risico.

Van de 238 stoffen zijn er volgens de gehanteerde systematiek 108 groen, 41 zijn oranje en 89 rood. Dat betekent dat ruim de helft van de toegelaten middelen (55%) een verhoogd risico hebben op één of meerdere criteria. 37% valt in de categorie rood.  Voor telers en omwonenden kunnen sommige bestrijdingsmiddelen kankerverwekkend, mutageen en hormoon verstorend zijn.

Bestrijdingsmiddelen worden in de land- en tuinbouw, door privépersonen en door de overheid (spoorwegbermen, parken, plantsoenen) gebruikt om gewassen te beschermen tegen ziekten, plagen en onkruid. Het gebruik van deze middelen kan giftig zijn voor mens, (drink)-water, bijen/insecten en de bodem. Daarom is er nood aan een onmiddellijk verbod op het gebruik van de meest schadelijke bestrijdingsmiddelen. Andere schadelijke bestrijdingsmiddelen waarvoor alternatieven beschikbaar zijn of kunnen worden ontwikkeld moeten worden uit gefaseerd. Er is nood aan het integraal bevorderen van duurzame teelten.

Daarbovenop is er nood aan een transitie richting een vergroening van pesticiden. Hierbij hoort ook het uitbreiden van het gebruik van meer biologische en natuurvriendelijke gewasbeschermingsmiddelen.

Biologische pesticiden met een laag risico als bruikbaar alternatief

Biologische pesticiden met een laag risico kunnen een bruikbaar alternatief vormen voor conventionele gewasbeschermingsmiddelen, zowel voor conventionele als voor bio-boeren. Ze leveren een bijdrage aan een duurzamere landbouw.

Artikel 12 van Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden bepaalt dat gewasbeschermingsmiddelen met een laag risico in eerste instantie moeten worden gebruikt in specifieke gebieden, zoals gebieden die door het brede publiek worden gebruikt en beschermde gebieden. Daarnaast biedt Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad bepaalde prikkels voor het gebruik van werkzame stoffen met een laag risico en gewasbeschermingsmiddelen met een laag risico.

Er zijn momenteel echter slechts zeven werkzame stoffen – waarvan er zes biologische actieve stoffen zijn – ingedeeld als stoffen "met een laag risico" en goedgekeurd in de EU. Bovendien wordt voor biologische pesticiden met een laag risico vaak geen vergunning verleend op grond van hun geringere doeltreffendheid.

Acht Europarlementsleden uit ALLE politieke fracties van het Europees Parlement kaarten het probleem aan. Groen-Europees Parlementslid Bart Staes vertegenwoordigt in dit debat als woordvoerder Landbouw en Voedselveiligheid de Groenen in het EP. De acht parlementsleden stellen de Europese Commissie onderstaande vragen.

1.     Welke maatregelen van wetgevende en niet-wetgevende aard neemt de Commissie momenteel om ervoor te zorgen dat er meer biologische pesticiden met een laag risico beschikbaar komen?
2.     Wat voor maatregelen is zij voornemens in de toekomst te nemen?
3.     Wat is het tijdschema voor die maatregelen?


Europees Parlement pleit voor kordate aanpak

Met quasi algemeenheid van stemmen (59+, 1-, 6 onthoudingen) nam de parlementaire commissie Milieu, Volksgezondheid en Voedselveiligheid een resolutie aan die het standpunt van het Europees Parlement zeer duidelijk verwoordt. 

GroenDe enige partij die sociaal én milieuvriendelijk is.

www.groen.be

De Groenen/EVAGroenen en Europese Vrije Alliantie in het Europees Parlement.

www.greens-efa.eu

Sympathisant, ijveraar, pertinente vraag of melding...?